Deel 10: De kinderen van Frans Emanuel Joseph (1885-1935) IIIc

Antonius Franciscus Cornelus (1915 – 1980) IVg was het tweede kind van Frans Dohmen en Maria Nizet.

(Gegevens levende personen worden alleen geplaatst na toestemming.)

Antoon werd op 10 augustus 1915 in Echt geboren. Op de Grotestraat hadden zijn ouders een winkel in kaasartikelen. Antoon heeft tot 1926 in Echt gewoond. Van zijn grootouders leefde alleen grootmoeder van moederskant. Of hij haar bewust heeft meegemaakt, is niet bekend. Zij woonde toen op de Venloseweg in Roermond en was kraamster (winkelierster). De afstand Roermond – Echt zal in die tijd zeker een rol hebben gespeeld. Zijn vader Frans heeft op velerlei manieren de kost verdiend. Dat ging gepaard met ups en downs. De crisis van de jaren 30 maakte dat niet eenvoudiger.

Antoon in 1936

Toen Antoon 17 jaar was, stierf zijn vader en binnen één jaar stierf vervolgens zijn moeder. Het gezin Dohmen–Nizet viel uit elkaar. Er werd een voogd, Nikolaus Nizet, aangesteld en de kinderen werden verspreid. Er waren wel ooms die de helpende hand trachten toe te steken, maar dat werkte slechts matig. Antoon ging met zijn oudere broer Joop samenwonen op de Minderbroederstaat in Roermond. Hoe zij in hun onderhoud hebben voorzien is niet bekend. Zeker is wel dat Antoon tussen 1934 en 1939 heeft meegewerkt aan de bouw van het viaduct op de Venloseweg in Roermond. Met een vrachtauto zorgde hij voor de aanvoer van zand. In deze periode bezat hij ook paarden. De stalling was gelegen op de Schuitenberg, achter de voormalige meubelzaak Teeuwen. Hij handelde in manufacturen en met paard en wagen trok hij door de regio. Hij had de beschikking over een koets en een kar. In 1939 trouwde Antoon met Marietje Mulkens. Zij was afkomstig uit Helmond en in 1917 geboren in Boxtel. Mogelijk hebben ze elkaar leren kennen tijdens de Helmondse kermis. In tegenstelling tot de situatie van Antoon, was het gezin van zijn schoonfamilie compleet. Antoon heeft zich binnen deze familie geaccepteerd en gesteund gevoeld. 

Marietje Mulkens 1939

 

Antoon en Marietje gingen in Roermond wonen.  Al snel diende de eerste nakomeling zich aan. Marietje had heimwee. Haar familie woonde relatief ver weg en aan een echte schoonfamilie ontbrak het, vanwege de reeds overleden schoonouders. Samen met Antoon is ze enkele maanden naar Helmond gegaan, waar vervolgens in december 1940 de oudste dochter werd geboren. Zij woonden toen tijdelijk in huis bij Casper, de oudste broer van Marietje. Dit was op de Burgemeester van Houtlaan in Helmond. In 1942 werd de tweede nakomeling, opnieuw een dochter, geboren en wel op de Schuitenberg 49 in Roermond. In december 1944 werd de bevolking geconfonteerd met de door de Duitsers opgelegde Arbeitseinsatz. Alle Roermondse mannen moesten naar Duitsland om daar te gaan werken. Antoon werd hiervan vrijgesteld vanwege een wond aan zijn bovenbeen.

De Roermondse dokter Bär schreef hiervoor een attest. Toen dat onvoldoende bleek, werd Antoon hierin ondersteund door een Duitse arts. Vanaf 21 januari 1945 moest de stad Roermond worden ontruimd, omdat ze midden in de frontlinie lag. De nog aanwezige bevolking, zo’n 12000 mensen, moest naar de drie noordelijke provincies evacueren. De familie moest eerst naar het Duitse Brüggen om vandaar met de trein naar Ruinerwold in Drenthe te reizen. Van Roermond naar Brüggen reden Antoon, Marietje en de twee kinderen met eigen paard en wagen. In Brüggen werd het gespan door de Duitsers in beslag genomen. Men ging vervolgens met een goederentrein naar Drenthe. Vanwege beschietingsgevaar werd er ’s nachts gereisd. Zij werden ondergebracht op de boerderij van Roelof Pol, Haaksweg 14 te Ruinerwold. 

Haakswold 14 Ruinerwold

Ook het gezin van de oudste broer van Antoon, Joop (IVf), was naar dit dorp geëvacueerd. Het betrof zijn echtgenote Marietje en drie kinderen. Zij woonden bij Geert van Laar, Dijkhuizen 61. Joop zelf was er niet. Aangenomen is dat hij vanwege de Arbeitseinsatz in Duitland was. Al na één maand werd  Roermond bevrijd, maar men mocht pas in de tweede helft van mei ’45 naar huis. Voor het gezin van Antoon was dit op de Schuitenberg 49. Opnieuw werd een paard aangeschaft en de handel in manufacturen werd voortgezet. In 1946 verhuisde het gezin naar de Dionisiusstraat 8 in Roermond. Hier kreeg men de beschikking over een winkelruimte. Marietje nam de zorg voor deze manufacturenwinkel op zich. Behalve textiel werden ook allerlei huishoudelijke artikelen verkocht. Op 14-2-1946 werd een derde kind geboren, zoon Jo(hannes).J.A.

Antoon, Marietje, haar ouders, 2 kinderen voor winkel Dionisiusstr.

Daarna volgden nog drie zonen en twee dochters, een tweeling. Met acht kinderen was het gezin compleet. Er werd verhuisd naar een grotere woning, gelegen aan de Knevelsgraafstraat. De straatnaam Kreveltsgraaf, die in 1396 voor het eerst voorkomt en die voortleeft in de Knevelsgraafstraat, was een gracht uit een ouder verdedigingssysteem.  Hierbij is graaf een variant op ‘gracht’. Nadat de gracht was gedempt, werd werd de Knevelsgraafstraat een woonstraat. De straat ligt in het centrum. In de aanliggende straten, Veldstraat, Begijnhofstraat en Schoolstraat waren alle voorzieningen voor de dagelijkse levensbehoeften aanwezig: bakkers, slagers, groenteboeren, kolenboeren en kruideniers. Op de Kneveldsgraafstraat 19 kon iedereen worden ondergebracht. In aanvang was de woonruimte nog wat beperkt, want tijdelijk bewoonde een huurder enkele bovenkamers. Dit was het gezin van de postbode Réne Schoenmakers. Na hun vertrek werden er kamers, nu op de benedenverdieping, verhuurd aan de fa. Klinkers. Dit was een groothandel in lekkernijen, waarvan de eigenaar veelvuldig trakteerde op pennywafels. Vanwege problemen met zijn been moest Antoon omzien naar een andere broodwinning. In 1948 kon hij bij de ambachtsschool, aan de Godsweerdersingel in Roermond, als conciërge aan de slag. Deze vaste bron van inkomsten betekende voor Antoon en Marietje een grotere mate van zekerheid.

Knevelsgraafstraat nr.19 kinderen Dohmen en buurkinderen

Vaak verrichtte Antoon extra diensten door eveneens in de avonduren te werken voor de op deze school gegeven cursussen. Ook Marietje ontkwam, door het grote gezin, niet aan veel werk, dat ’s avonds nog lange tijd kon doorgaan. Herstelwerk van kleren, het maken van kleren of het breien van truien gebeurde vaak in de avonduren.  De familie Dohmen heeft van april 1967 tot december 1970 in de Knevelsgraafstraat gewoond. Dit houdt in dat de familie op deze rustige locatie de langste tijd heeft doorgebracht en dat de ontwikkeling van het gezin vooral hier heeft plaatsgevonden. Hier kregen de oudste kinderen een baan en droegen hiermee bij aan het gezinsinkomen. Van hieruit gingen de meeste kinderen naar de lagere en middelbare school. Vanuit de Knevelsgraafstraat trouwden de oudste twee kinderen (kerkelijk 1966 en 1967). Aan het oude woonhuis werd regelmatig gesleuteld. De ene keer werd het dak vervangen, de andere keer werd een badkamer gebouwd, de buitenkozijnen vervangen en dan weer werd de strijd met vocht aangegaan. In het tuinschuurtje leefden regelmatig twee varkens. Deze werden gemest met etensafval om vervolgens naar de slacht gebracht te worden. Ook kippen, konijnen en duiven leefden in ons stadstuintje.

 

Wordt vervolgd.

Deel 6: De ontwikkeling van de Limburgse tak van de familie Dohmen

De familie gebruikte in Duitsland als oudst bekende naam Dahmen. In Nederland wordt nu uitsluitend de naam Dohmen gehanteerd. Slechts één tak in Nederland en wel in Roermond, had nog de naam Dahmen. Voor zover nu bekend bestaat deze tak niet meer. De naam Dohmen komt in Nederland 1750 maal voor en de naam Dahmen 430 maal. Het aantal naamdragers met de naam Dohmen is beperkt en ze zijn zeker ook niet allemaal familie van elkaar. Tot nu toe zijn er helemaal geen verbindingen gelegd kunnen worden naar andere Limburgse families die de naam Dohmen dragen. In onderstaande overzichten zijn de nakomelingen aangegeven van: Arnoldus Josephus Dohmen (zie I). Hij is de eerste voorouder die zich in Limburg heeft gevestigd. De Limburgse tak is redelijk gegroeid en heeft zich voornamelijk verspreid over de regio’s Midden- en Zuid-Limburg

In dit deel 6 worden drie generaties weergegeven en wel over de periode van 1820 tot 1995. Per stamhouder worden alleen de mannelijke nakomelingen vermeld, waarvan bekend is dat ook zijn kinderen hebben gekregen. Op deze wijze blijft het overzicht eenvoudig. De meer uitgebreide genealogie van de familie Dohmen is vastgelegd in het programma GensDataPro. De gegevens zijn nog niet beschikbaar. De vierde generatie wordt in deel 7 besproken.

 

Arnoldus Josephus (Pannesheid 1794 – Roermond 1870) en                                                              Anna Smits (1798 – 1851)

 In deel 5 van deze blog werd aangegeven dat Arnoldus Josephus de eerste Limburgse voorouder was van de nu levende generaties. Arnoldus werd in 1794 in Pannesheide geboren als een van de vier kinderen van Martinus Dahmen en Magdalena Patras. In de afbeelding links is een doopbewijs toegevoegd. In 1821 ging Arnoldus Josephus vanuit Duitsland naar Roermond. Arnoldus heeft voornamelijk in de binnenstad gewoond. Hij werkte in eerste instantie in de textielindustrie. Deze activiteit had in deze jaren in Roermond een grote omvang. Vele honderden mensen verdienden in de textiel hun brood. Arnoldus is in 1828 in Roermond getrouwd met Anna Smits. Zij kregen 6 kinderen. Slechts een zoon kon de Limburgse tak verder voortzetten:

Josephus Gerardus Hubertus; zie II

 

II   Josephus Gerardus Hubertus (Roermond 1839 – Roermond 1886) en                                              Anna Engels (1842 – 1911)  

Josephus Gerardus Hubertus was het vijfde kind van Arnoldus en Anna Smits. Hij was dus de enige mannelijke nakomeling die de Limburgse tak in stand kon houden. Helaas ontbreekt van hem een foto. Hij werd in 1839 in Roermond geboren. Josephus werkte in eerste instantie in Bochum in een steenfabriek. Samen met zijn toekomstige echtgenote, Anna Engels, woonde hij korte tijd in deze plaats. Hoewel Anna in 1862 pas 20 jaar was, kreeg zij in Bochum haar eerste kind, Arnoldus. Mogelijk wilde men deze voorhuwelijkse zwangerschap thuis niet aan de grote klok hangen. Zij trouwden datzelfde jaar, dus in 1862, in Roermond. Zij kregen in totaal 12 kinderen: Arnoldus werd dus in Bochum geboren en alle anderen in Roermond. Ook Josephus Gerardus Hubertus woonde voornamelijk in de binnenstad. Hij heeft lange tijd, tot aan zijn dood, gewoond in het pand op Schuitenberg 5. Hier had hij in het achterhuis een bakkerij en in het voorhuis een café. Binnen de familie nam deze locatie een centrale plaats in. Familieleden ontmoetten elkaar veelvuldig op de Schuitenberg 5 (zie foto). Dit bleef voortbestaan tot ongeveer 1990. Mede vanwege het feit dat Josephus Gerardus Hubertus 12 kinderen had was de aanloop erg groot. Drie kinderen van Josephus Gerardus Hubertus kregen mannelijke nakomelingen. Dit waren:  

  1. Arnoldus, Josephus, Hubertus; zie IIIa   
  2. Jozef, Hubertus, Emmanuel; zie IIIb
  3. Frans, Emanuel, Joseph; zie IIIc

 

IIIa  Arnoldus Josephus Hubertus (Bochum 1862 – Maastricht 1932) en                                                 Geertruda Engels (1870 – 1924)

Arnoldus, Josephus, Hubertus woonde tussen 1862 en begin 1900 voornamelijk in Roermond en daarna in de Maastrichtse binnenstad. Hij is enkele jaren beroepsmilitair geweest. Vervolgens heeft hij gewerkt als marktkoopman en handelaar in manufacturen. Ook in zijn Maastrichtse periode heeft hij nog enkele malen in Roermond gewoond, waaronder op de Schuitenberg 5 en op de Cornelisstraat 3. Hij trouwde toen hij 36 jaar was met Geertruda Engels. Of er enige relatie is tussen Geertruda en haar schoonmoeder Anna Engels is nu nog niet duidelijk. Beiden waren in elk geval van Horn afkomstig. Zij kregen twee kinderen die deze lijn van de stamboom hebben voortgezet.Ook van Arnoldus is geen foto beschikbaar ; wellicht heeft iemand nog een kopie beschikbaar.       

  1. Hubertus Emanuel Jozef (1905–1965) zie IVa
  2. Martinus Maria Hubertus (1908–1970) zie IVb

 

IIIb Jozef, Hubertus, Emmanuel (1877–1939) en                                                                                        Wilhelmina de Wit (1878–1946)

Jozef heeft een tijdje in Duitsland gewoond. In 1900 kwam hij terug in Roermond. Zijn vader was inmiddels overleden. Hij trok bij zijn moeder in op de Schuitenberg en heeft hier even als bakker gewerkt. In 1901 ging hij naar Sittard en vervolgens naar Maastricht. Op de Muntstraat 8 had hij een zaak in manufacturen. In het aangrenzende pand had zijn dochter Mia een zaak in onder andere lingerie. Jozef en Wilhelmina kregen drie kinderen die mannelijke nakomelingen hebben gekregen.

 

  1. Joseph Wilhelmus Frederik Marie (1902-?) zie IVc
  2. Hubertus Joseph Marie Emmanuel (1903–1974) zie IVd
  3. Frederik Jozef Marie Wilhelmus (1905-1958) zie IVe

 

 

IIIc Frans Emanuel Joseph (Roermond 1885– Roermond 1933) en                                                          Maria Nizet (1983–1934)        

Frans was de jongste van 12 kinderen van Josephus Gerardus Hubertus en Anna Engels. Hij was nog geen jaar oud toen zijn vader stierf. Het gezin van Frans woonde voornamelijk in Roermond, met een uitstapje naar Maastricht en naar Echt. Frans had het koopmansbloed van de familie in de aderen. De handelsgeest werd nog meer aangewakkerd door zijn huwelijk met Maria. Ook zij kwam uit een familie waar de koopmansgeest een belangrijke rol speelde. Toch lukte het niet altijd om via het drijven van handel de kost te verdienen. Frans moest dan ook vaker van ambacht wisselen of bij een ‘baas’ gaan werken. Dit veroorzaakte natuurlijk veel onzekerheid. Zij kregen 7 kinderen, maar de tijd om hen groot te brengen is hun onvoldoende gegeven. Frans en Maria stierven binnen 1 jaar: respectievelijk 47 en 50 jaar oud. Drie zonen hebben de tak Dohmen vanuit Roermond voortgezet.

 

 

  1. Jozephus Franciscus Cornelus (1912–1983) zie IVf
  2. Antonius Franciscus Johannes Cornelus (1915–1980) zie IVg
  3. Henricus Franciscus Jan Cornelus (1922–1995) IVh

 

Deel 5: Arnoldus Josephus Dohmen 1794 – 1870

OPROEP

In mijn tekst ben ik gebleven bij Arnoldus Josephus. Voor de meeste levende familieleden is dit hun betovergrootouder of oudouder. Arnoldus werd geboren in Duitsland en leefde van 1794 tot 1870, waarvan zo’n vijftig jaar in Roermond. Hij woonde op de Zwartboekstraat, de Neerstraat en de Hamstraat.

Op drieëndertige jarige leeftijd trouwde hij met de Roermondse Anna Elisabeth Smidts. Ten tijde van hun huwelijk konden beiden niet schrijven. Arnoldus had diverse beroepen: lakenscheerder en fabrikant. Wat hij in laatstgenoemde functie deed is onbekend; mogelijk had het iets met textiel te maken.

Het is jammer dat over hem zo weinig bekend is. Wellicht kan iemand nog iets aan deze informatie over Arnoldus toevoegen.

Bij voorbaat dank voor reacties.

Deel 4: Van Kohlscheid (Pannesheide) naar Roermond

Zoals al eerder aangegeven is de oudst gebruikte familienaam Dahmen. In 1784 kwam de naam Dohmen voor de eerste maal binnen de familie voor.

Arnoldus kreeg met Anna Bremen 9 kinderen in het midden van de achttiende eeuw. Vermoedelijk zijn het er echter meer geweest. De kinderen kregen de achternamen Domen, Damen of Dahmen en werden in Pannesheide of Kerkrade geboren.

blick-von-der-halde-wilsberg-vorne-der-wohnpark-dahinter-der-technologiepark-im-hintergrund-die-bergehalden-der-nachbargemeinden-klick-aufs-bild-vergrößert-c[1]

Steenkoolbergen bij Pannesheide

Hun zoon Martinus is de voorouder van de Limburgse tak. Hij werd in 1757 in Strass geboren. In 1784 trouwde Martinus met Maria Patras. Zover bekend is, kregen ze vier kinderen aan het einde van de achttiende eeuw. Hun zoon Arnoldus Josephus werd in 1794 in Pannesheide geboren. Martinus was mijnwerker van beroep en stierf in 1805 in de leeftijd van 48 jaar in Pannesheide. Zijn broer Johannes Wilhelmus, eveneens mijnwerker, deed aangifte van het overlijden. Zijn weduwe, Maria Patras, bleef in de regio wonen.

Kohlscheid (Pannesheide)Pannesheide (later gemeente Kohlscheid) was het centrum van de mijnbouw. Al vanaf de twaalfde eeuw was bekend dat de streek rijk was aan kolen. Eeuwenoude steenkoolbergen zijn nog steeds zichtbaar. In 1992 werd de laatste mijn gesloten.

De ongehuwde Arnoldus Josephus maakte in 1821, lange tijd na het overlijden van zijn vader, de definitieve stap naar Nederland en wel naar Roermond. Niet helemaal toevallig, want hier woonde reeds vanaf 1786 zijn oom Josephus (broer van Martinus).  Waarom deze familieleden naar Roermond trokken, is niet duidelijk. In de regio Aken was textiel- en metaalindustrie en mijnbouw in ontwikkeling. In Kohlscheid werd veel met textiel gewerkt. Opvallend is wellicht dat Arnoldus in Roermond in de textielindustrie ging werken. De verschillende personen zijn weergegeven in bijgaand genogram.

Onderstaand genogram aanklikken om te vergroten. Hierin is aangegeven hoe de definitieve link naar Nederland is ontstaan en wel eerst naar Roermond.

deel 4a
Klik op de afbeelding om deze te vergroten.

Josephus Gerardus Hubertus is de eerste in Roermond geboren voorouder. Hij kreeg 9 zonen en 3 dochters. Ondanks de grote hoeveelheid kinderen waren er relatief weinig nakomelingen. Diverse kinderen stierven op jonge leeftijd, zodat uiteindelijk 3 zonen voor nageslacht konden zorgen.

deel 4b

 

Deel 3: Van Alsdorf naar Kerkrade

Dohmen of Dahmen

Er zijn geen links gevonden naar andere grote groepen met de naam Dohmen in Limburg. Een verklaring kan zijn dat de eigenlijke familienaam afwijkend is. Onze voorouders heetten tussen 1700 en 1800 Dahmen. Overigens zijn de namen Dahmen, Daemen, Dohmen en Domen ten dele naast elkaar blijven bestaan.

 

Ontstaan van de naam

Waar de naam Dahmen vandaan komt is moeilijk te achterhalen; het blijft een gok. Enkele opties zijn:
1. De familie is afkomstig uit de streek Dahme bij Berlijn. Tussen 1618 en 1648 woedde daar de dertigjarige oorlog. Mogelijk zijn toen veel mensen naar het westen vertrokken. Zij namen de naam aan van de steek waar ze vandaan kwamen.
2. Dahmen kan ook betekenen: zoon van Adam. Dahm is namelijk de verkorte vorm voor de naam Adam.

 

In Duitsland

De link van Duitsland naar Nederland loopt via Arnoldus Damen, geboren in Alsdorf. Hij was woonachtig in Kerkrade en is daar in 1773 overleden. Hij was gehuwd met Anna Margaretha Bremen. Er is geen doopakte of dergelijke uit Alsdorf aanwezig. De inschrijvingen in de kerkboeken, van de betreffende periode, zijn verloren gegaan. Wel wordt in de huwelijksakte melding gemaakt van het feit dat Arnoldus uit Alsdorf afkomstig was. In Alsdorf was, in de periode dat Arnold daar geboren is en gewoond moet hebben, maar één familie Dahmen woonachtig. In deze familie komen dezelfde voornamen terug, zoals ze ook daarna gehanteerd werden/worden in Nederland.
Ik heb gezocht naar meer concrete aanknopingspunten. Bij de doop van de dochter van Arnoldus, Joanna Clara in 1750, is Matthias Könings aanwezig. Mathias zou zijn zwager moeten zijn, getrouwd met zijn zus Maria. Bij de doop van zijn zoon Franciscus is zijn broer Wilhelmus aanwezig. Overigens is deze Franciscus de oudste zoon van Arnoldus en zoals gebruikelijk genoemd naar zijn grootvader.

 

In Alsdorf

In onderstaand overzicht is aangegeven waar enkele familieleden in Alsdorf hebben gewoond in 1765. De straten bestaan nog steeds en zijn gelegen in het centrum van Alsdorf.

Uitreksel uit: Die alten Familien der Stadt Alsdorf

ierin staan de locaties aangegeven waar de verschillende familieleden hebben gewoond
Das Steuerbuch des Alsdorfer Schöffen
Hubertus Hilgers vom Jahr 1765
von Dr. rer. pol. Josef Roelen, Hamborn

Grünstraß (Grünstraße)
101. Joannes Dahmen (S.d.E. Franz und Johanna Reuters) (vgl. Nr. 103 und 104); oo
spät. 1749 Maria Cüsters.
Kerckhoff (Marienstraße)
103. Matthys Köning (Königs); oo spät. 1747 Maria Dahmen (Schwester von Nr. 104 und 101).
104. Joseph Damen; (*) A 19.3.1727, S.d.E. Franz und Johanna Reuters, oo A 8.5.1752 Sophia Rützelfeld, (*) A 1724, T.d.E. Hilger und Petronella Leesmeister (vgl. Nr. 63 ff.).

 

Genogram Alsdorf/Kerkrade

In onderstaand genogram is aangegeven wie er in Alsdorf woonden en wie er naar kerkrade is gegaan. De voorouders van de Limburgse tak zijn blauw gekleurd. Afbeelding aanklikken om te vergroten.

Genogram Alsdorf tot en met Kerkrade

Genogram Alsdorf tot en met Kerkrade

 

De bokkenrijders

In onderstaande samenvatting over de bokkenrijders vinden we een familielid terug. Van 1756 tot 1776 was de tweede periode van de bokkenrijders. Zij werkten in het grensgebied van Duitsland, België en Nederland. Destijds waren er nog veel meer grenzen vanwege deelstaatjes, zodat het moeilijk was om vat op de bende te krijgen. Als gevolg van de verschillende oorlogen hadden doortrekkende legers voor onrust en armoede gezorgd. Deserteurs en zigeuners vormden, samen met de arme bewoners, de tweede bende (er hebben achtereenvolgens 3 bendes bestaan). De bekendste leider van deze bende was de arts Josef Kirchhoff uit Herzogenrath. Vanaf 1770 werd de bende langzaam maar zeker opgerold. In de burcht van Alsdorf werden 14 bokkenrijders in de kerkers opgesloten. Zij werden veroordeeld tot de galg. Josephus Dahmen, broer van Arnoldus (zie genogram), werd op 14 december 1775 opgehangen. De huidige locatie is gelegen op Platz der Volksschule Alsdorf- Busch. Of de rechtspraken wel allemaal eerlijk waren, is twijfelachtig. Er werd gefolterd tot men bekende. In onderstaande foto van de burcht van Alsdorf, zien we de laaggelegen kerkers waar de bokkenrijders werden opgesloten tot hun berechting.

Kerkers van de burcht Alsdorf

Kerkers van de burcht Alsdorf

Deel 2 De stad Alsdorf

In dit artikel wordt ingegaan op de gemeente Alsdorf en in het volgende deel wordt verhaald welke familieleden hier hebben gewoond.

regio Alsdorf

Regio Alsdorf

De roots van de familie moeten in Alsdorf hebben gelegen. In de achttiende eeuw leefden daar vier familieleden, drie broers en hun zus. Hun vader, de stamhouder, moet in de periode van 1670 tot 1730 in Alsdorf hebben gewoond. Nadere personalia van hem ontbreken op dit moment. Het Duitse Alsdorf maakt nu deel uit van de stadsregio Aachen. Naburige steden zijn Baesweiler, Aldenhoven, Eschweiler, Würzelen en Herzogenrath. Deze regio was in vroeger tijden zeer onrustig vanwege de vele oorlogen. Tot 1789 behoorde het huidige Alsdorf ten dele tot het hertogdom Limburg (niet te verwisselen met de Nederlandse provincie Limburg) en ten dele tot het hertogdom Jülich. De stad werd achtereenvolgens bestuurd vanuit België, Spanje, Frankrijk, Oostenrijk, Pruisen en Duitsland. Veel van deze bestuurlijke veranderingen kwamen tot stand door erfopvolging, wel of niet gepaard gaande met ruzie en strijd.

Burg Alsdorf

De naam Alsdorf werd voor  het eerst vermeld in 1191 in een kerkelijke oorkonde. Echter lang voor dit tijdstip was bekend dat hier Romeinse nederzettingen zijn geweest. Rond 1700 was Alsdorf een dorp van nog geen 1000 inwoners. De meeste inwoners kwamen aan de kost door in de landbouw te werken; tevens had men vaak enkele stuks vee. In de zestiende eeuw gingen de erfpachten in eigendom over van de burchtheer naar de boeren. Het dorp werd langzaam zelfstandiger en kon zich hierdoor economisch beter ontwikkelen. Wel moesten de inwoners belasting of rente blijven betalen aan de burchtheer. In de Franse tijd werd de relatie met de burchtheer helemaal opgeheven. De burcht werd gebouwd in de twaalfde eeuw als waterburcht en omringd door een gracht. In de vijftiende eeuw werd de burcht omgebouwd tot slot. Nu hebben  enkele gemeentelijke diensten er hun werkplek. Pas in 1854 begon men met het winnen van kolen en begon de verdere ontwikkeling van Alsdorf.

Apsis van St. castor

De St. Castorkerk werd in 1295 gebouwd en in 1894 afgebroken. De kerk had toen veel bouwkundige gebreken en herstel vond men te kostbaar. Wat nog resteert is de in 1480 aangebouwde Apsis. Deze was eigendom van de burchtheer, die hier met zijn familie de diensten volgde. Ook werden zij hier begraven. De apsis ligt in het centrum van Alsdorf op het oude kerkhof. De oudste graven op het kerkhof dateren van 1636. De parochie St. Castor is van belang voor het genealogisch onderzoek. Helaas zijn veel oude stukken door brand verloren gegaan.

wapen Alsdorf

Wapen van Alsdorf

In het wapen van Alsdorf zijn twee hamers weergegeven die de mijnbouw symboliseren. In de blauwe balk staat het blad van een waterlelie, verwijzend naar de vroegere waterburcht. De twee leeuwen staan symbool voor het vroegere hertogdom Limburg.

Deel 1: De familie Dohmen

Al lange tijd wordt gewerkt aan de stamboom van de familie Dohmen. Een aanzienlijke tak heeft zich vanuit Duitsland gevestigd in Roermond. De huidige Roermondse afstammelingen zijn de kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen van Joop, Antoon en Frans Dohmen. Zij waren de drie zonen uit het gezin Dohmen – Nizet.

In Limburg wonen meerdere takken met de naam Dohmen. Deze naam komt onder andere in Herkenbosch en Schinveld veelvuldig voor. Tot nu toe zijn er geen aanknopingspunten gevonden met de familie Dohmen in Roermond. Wellicht dat iemand er toch in slaagt om een link te leggen.

De bedoeling is om op deze plek, in een aantal artikelen, de geschiedenis van de familie te beschrijven. Begonnen wordt met de vroegste periode; deze speelt zich af rond 1700. Via de RSS-optie kunt u zich abonneren op nieuwe berichten.

Positieve aanvullingen worden op prijs gesteld; gebruik hiervoor het reactieformulier.