Deel 5: Arnoldus Josephus Dohmen 1794 – 1870

OPROEP

In mijn tekst ben ik gebleven bij Arnoldus Josephus. Voor de meeste levende familieleden is dit hun betovergrootouder of oudouder. Arnoldus werd geboren in Duitsland en leefde van 1794 tot 1870, waarvan zo’n vijftig jaar in Roermond. Hij woonde op de Zwartboekstraat, de Neerstraat en de Hamstraat.

Op drieëndertige jarige leeftijd trouwde hij met de Roermondse Anna Elisabeth Smidts. Ten tijde van hun huwelijk konden beiden niet schrijven. Arnoldus had diverse beroepen: lakenscheerder en fabrikant. Wat hij in laatstgenoemde functie deed is onbekend; mogelijk had het iets met textiel te maken.

Het is jammer dat over hem zo weinig bekend is. Wellicht kan iemand nog iets aan deze informatie over Arnoldus toevoegen.

Bij voorbaat dank voor reacties.

Deel 4: Van Kohlscheid (Pannesheide) naar Roermond

Zoals al eerder aangegeven is de oudst gebruikte familienaam Dahmen. In 1784 kwam de naam Dohmen voor de eerste maal binnen de familie voor.

Arnoldus kreeg met Anna Bremen 9 kinderen in het midden van de achttiende eeuw. Vermoedelijk zijn het er echter meer geweest. De kinderen kregen de achternamen Domen, Damen of Dahmen en werden in Pannesheide of Kerkrade geboren.

blick-von-der-halde-wilsberg-vorne-der-wohnpark-dahinter-der-technologiepark-im-hintergrund-die-bergehalden-der-nachbargemeinden-klick-aufs-bild-vergrößert-c[1]

Steenkoolbergen bij Pannesheide

Hun zoon Martinus is de voorouder van de Limburgse tak. Hij werd in 1757 in Kerkrade geboren. In 1784 trouwde Martinus met Maria Patras. Zover bekend is, kregen ze vier kinderen aan het einde van de achttiende eeuw. Hun zoon Arnoldus Josephus werd in 1794 in Pannesheide geboren. Martinus was mijnwerker van beroep en stierf in 1805 in de leeftijd van 48 jaar in Pannesheide. Zijn broer Johannes Wilhelmus, eveneens mijnwerker, deed aangifte van het overlijden. Zijn weduwe, Maria Patras, bleef in de regio wonen.

Kohlscheid (Pannesheide)Pannesheide (later gemeente Kohlscheid) was het centrum van de mijnbouw. Al vanaf de twaalfde eeuw was bekend dat de streek rijk was aan kolen. Eeuwenoude steenkoolbergen zijn nog steeds zichtbaar. In 1992 werd de laatste mijn gesloten.

De ongehuwde Arnoldus Josephus maakte in 1821, lange tijd na het overlijden van zijn vader, de definitieve stap naar Nederland en wel naar Roermond. Niet helemaal toevallig, want hier woonde reeds vanaf 1786 zijn oom Josephus (broer van Martinus).  Waarom deze familieleden naar Roermond trokken, is niet duidelijk. In de regio Aken was textiel- en metaalindustrie en mijnbouw in ontwikkeling. In Kohlscheid werd veel met textiel gewerkt. Opvallend is wellicht dat Arnoldus in Roermond in de textielindustrie ging werken. De verschillende personen zijn weergegeven in bijgaand genogram.

Onderstaand genogram aanklikken om te vergroten. Hierin is aangegeven hoe de definitieve link naar Nederland is ontstaan en wel eerst naar Roermond.

deel 4a
Klik op de afbeelding om deze te vergroten.

Josephus Gerardus Hubertus is de eerste in Roermond geboren voorouder. Hij kreeg 9 zonen en 3 dochters. Ondanks de grote hoeveelheid kinderen waren er relatief weinig nakomelingen. Diverse kinderen stierven op jonge leeftijd, zodat uiteindelijk 3 zonen voor nageslacht konden zorgen.

deel 4b

 

Deel 3: Van Alsdorf naar Kerkrade

Dohmen of Dahmen

Er zijn geen links gevonden naar andere grote groepen met de naam Dohmen in Limburg. Een verklaring kan zijn dat de eigenlijke familienaam afwijkend is. Onze voorouders heetten tussen 1700 en 1800 Dahmen. Overigens zijn de namen Dahmen, Daemen, Dohmen en Domen ten dele naast elkaar blijven bestaan.

 

Ontstaan van de naam

Waar de naam Dahmen vandaan komt is moeilijk te achterhalen; het blijft een gok. Enkele opties zijn:
1. De familie is afkomstig uit de streek Dahme bij Berlijn. Tussen 1618 en 1648 woedde daar de dertigjarige oorlog. Mogelijk zijn toen veel mensen naar het westen vertrokken. Zij namen de naam aan van de steek waar ze vandaan kwamen.
2. Dahmen kan ook betekenen: zoon van Adam. Dahm is namelijk de verkorte vorm voor de naam Adam.

 

In Duitsland

De link van Duitsland naar Nederland loopt via Arnoldus Damen, geboren in Alsdorf. Hij was woonachtig in Kerkrade en is daar in 1773 overleden. Hij was gehuwd met Anna Margaretha Bremen. Er is geen doopakte of dergelijke uit Alsdorf aanwezig. De inschrijvingen in de kerkboeken, van de betreffende periode, zijn verloren gegaan. Wel wordt in de huwelijksakte melding gemaakt van het feit dat Arnoldus uit Alsdorf afkomstig was. In Alsdorf was, in de periode dat Arnold daar geboren is en gewoond moet hebben, maar één familie Dahmen woonachtig. In deze familie komen dezelfde voornamen terug, zoals ze ook daarna gehanteerd werden/worden in Nederland.
Ik heb gezocht naar meer concrete aanknopingspunten. Bij de doop van de dochter van Arnoldus, Joanna Clara in 1750, is Matthias Könings aanwezig. Mathias zou zijn zwager moeten zijn, getrouwd met zijn zus Maria. Bij de doop van zijn zoon Franciscus is zijn broer Wilhelmus aanwezig. Overigens is deze Franciscus de oudste zoon van Arnoldus en zoals gebruikelijk genoemd naar zijn grootvader.

 

In Alsdorf

In onderstaand overzicht is aangegeven waar enkele familieleden in Alsdorf hebben gewoond in 1765. De straten bestaan nog steeds en zijn gelegen in het centrum van Alsdorf.

Uitreksel uit: Die alten Familien der Stadt Alsdorf

ierin staan de locaties aangegeven waar de verschillende familieleden hebben gewoond
Das Steuerbuch des Alsdorfer Schöffen
Hubertus Hilgers vom Jahr 1765
von Dr. rer. pol. Josef Roelen, Hamborn

Grünstraß (Grünstraße)
101. Joannes Dahmen (S.d.E. Franz und Johanna Reuters) (vgl. Nr. 103 und 104); oo
spät. 1749 Maria Cüsters.
Kerckhoff (Marienstraße)
103. Matthys Köning (Königs); oo spät. 1747 Maria Dahmen (Schwester von Nr. 104 und 101).
104. Joseph Damen; (*) A 19.3.1727, S.d.E. Franz und Johanna Reuters, oo A 8.5.1752 Sophia Rützelfeld, (*) A 1724, T.d.E. Hilger und Petronella Leesmeister (vgl. Nr. 63 ff.).

 

Genogram Alsdorf/Kerkrade

In onderstaand genogram is aangegeven wie er in Alsdorf woonden en wie er naar kerkrade is gegaan. De voorouders van de Limburgse tak zijn blauw gekleurd. Afbeelding aanklikken om te vergroten.

Genogram Alsdorf tot en met Kerkrade

Genogram Alsdorf tot en met Kerkrade

 

De bokkenrijders

In onderstaande samenvatting over de bokkenrijders vinden we een familielid terug. Van 1756 tot 1776 was de tweede periode van de bokkenrijders. Zij werkten in het grensgebied van Duitsland, België en Nederland. Destijds waren er nog veel meer grenzen vanwege deelstaatjes, zodat het moeilijk was om vat op de bende te krijgen. Als gevolg van de verschillende oorlogen hadden doortrekkende legers voor onrust en armoede gezorgd. Deserteurs en zigeuners vormden, samen met de arme bewoners, de tweede bende (er hebben achtereenvolgens 3 bendes bestaan). De bekendste leider van deze bende was de arts Josef Kirchhoff uit Herzogenrath. Vanaf 1770 werd de bende langzaam maar zeker opgerold. In de burcht van Alsdorf werden 14 bokkenrijders in de kerkers opgesloten. Zij werden veroordeeld tot de galg. Josephus Dahmen, broer van Arnoldus (zie genogram), werd op 14 december 1775 opgehangen. De huidige locatie is gelegen op Platz der Volksschule Alsdorf- Busch. Of de rechtspraken wel allemaal eerlijk waren, is twijfelachtig. Er werd gefolterd tot men bekende. In onderstaande foto van de burcht van Alsdorf, zien we de laaggelegen kerkers waar de bokkenrijders werden opgesloten tot hun berechting.

Kerkers van de burcht Alsdorf

Kerkers van de burcht Alsdorf

Deel 2 De stad Alsdorf

In dit artikel wordt ingegaan op de gemeente Alsdorf en in het volgende deel wordt verhaald welke familieleden hier hebben gewoond.

regio Alsdorf

Regio Alsdorf

De roots van de familie moeten in Alsdorf hebben gelegen. In de achttiende eeuw leefden daar vier familieleden, drie broers en hun zus. Hun vader, de stamhouder, moet in de periode van 1670 tot 1730 in Alsdorf hebben gewoond. Nadere personalia van hem ontbreken op dit moment. Het Duitse Alsdorf maakt nu deel uit van de stadsregio Aachen. Naburige steden zijn Baesweiler, Aldenhoven, Eschweiler, Würzelen en Herzogenrath. Deze regio was in vroeger tijden zeer onrustig vanwege de vele oorlogen. Tot 1789 behoorde het huidige Alsdorf ten dele tot het hertogdom Limburg (niet te verwisselen met de Nederlandse provincie Limburg) en ten dele tot het hertogdom Jülich. De stad werd achtereenvolgens bestuurd vanuit België, Spanje, Frankrijk, Oostenrijk, Pruisen en Duitsland. Veel van deze bestuurlijke veranderingen kwamen tot stand door erfopvolging, wel of niet gepaard gaande met ruzie en strijd.

Burg Alsdorf

De naam Alsdorf werd voor  het eerst vermeld in 1191 in een kerkelijke oorkonde. Echter lang voor dit tijdstip was bekend dat hier Romeinse nederzettingen zijn geweest. Rond 1700 was Alsdorf een dorp van nog geen 1000 inwoners. De meeste inwoners kwamen aan de kost door in de landbouw te werken; tevens had men vaak enkele stuks vee. In de zestiende eeuw gingen de erfpachten in eigendom over van de burchtheer naar de boeren. Het dorp werd langzaam zelfstandiger en kon zich hierdoor economisch beter ontwikkelen. Wel moesten de inwoners belasting of rente blijven betalen aan de burchtheer. In de Franse tijd werd de relatie met de burchtheer helemaal opgeheven. De burcht werd gebouwd in de twaalfde eeuw als waterburcht en omringd door een gracht. In de vijftiende eeuw werd de burcht omgebouwd tot slot. Nu hebben  enkele gemeentelijke diensten er hun werkplek. Pas in 1854 begon men met het winnen van kolen en begon de verdere ontwikkeling van Alsdorf.

Apsis van St. castor

De St. Castorkerk werd in 1295 gebouwd en in 1894 afgebroken. De kerk had toen veel bouwkundige gebreken en herstel vond men te kostbaar. Wat nog resteert is de in 1480 aangebouwde Apsis. Deze was eigendom van de burchtheer, die hier met zijn familie de diensten volgde. Ook werden zij hier begraven. De apsis ligt in het centrum van Alsdorf op het oude kerkhof. De oudste graven op het kerkhof dateren van 1636. De parochie St. Castor is van belang voor het genealogisch onderzoek. Helaas zijn veel oude stukken door brand verloren gegaan.

wapen Alsdorf

Wapen van Alsdorf

In het wapen van Alsdorf zijn twee hamers weergegeven die de mijnbouw symboliseren. In de blauwe balk staat het blad van een waterlelie, verwijzend naar de vroegere waterburcht. De twee leeuwen staan symbool voor het vroegere hertogdom Limburg.

Deel 1: De familie Dohmen

Al lange tijd wordt gewerkt aan de stamboom van de familie Dohmen. Een aanzienlijke tak heeft zich vanuit Duitsland gevestigd in Roermond. De huidige Roermondse afstammelingen zijn de kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen van Joop, Antoon en Frans Dohmen. Zij waren de drie zonen uit het gezin Dohmen – Nizet.

In Limburg wonen meerdere takken met de naam Dohmen. Deze naam komt onder andere in Herkenbosch en Schinveld veelvuldig voor. Tot nu toe zijn er geen aanknopingspunten gevonden met de familie Dohmen in Roermond. Wellicht dat iemand er toch in slaagt om een link te leggen.

De bedoeling is om op deze plek, in een aantal artikelen, de geschiedenis van de familie te beschrijven. Begonnen wordt met de vroegste periode; deze speelt zich af rond 1700. Via de RSS-optie kunt u zich abonneren op nieuwe berichten.

Positieve aanvullingen worden op prijs gesteld; gebruik hiervoor het reactieformulier.