Deel 6: De ontwikkeling van de Limburgse tak van de familie Dohmen

De familie gebruikte in Duitsland als oudst bekende naam Dahmen. In Nederland wordt nu uitsluitend de naam Dohmen gehanteerd. Slechts één tak in Nederland en wel in Roermond, had nog de naam Dahmen. Voor zover nu bekend bestaat deze tak niet meer. De naam Dohmen komt in Nederland 1750 maal voor en de naam Dahmen 430 maal. Het aantal naamdragers met de naam Dohmen is beperkt en ze zijn zeker ook niet allemaal familie van elkaar. Tot nu toe zijn er helemaal geen verbindingen gelegd kunnen worden naar andere Limburgse families die de naam Dohmen dragen. In onderstaande overzichten zijn de nakomelingen aangegeven van: Arnoldus Josephus Dohmen (zie I). Hij is de eerste voorouder die zich in Limburg heeft gevestigd. De Limburgse tak is redelijk gegroeid en heeft zich voornamelijk verspreid over de regio’s Midden- en Zuid-Limburg

In dit deel 6 worden drie generaties weergegeven en wel over de periode van 1820 tot 1995. Per stamhouder worden alleen de mannelijke nakomelingen vermeld, waarvan bekend is dat ook zijn kinderen hebben gekregen. Op deze wijze blijft het overzicht eenvoudig. De meer uitgebreide genealogie van de familie Dohmen is vastgelegd in het programma GensDataPro. De gegevens zijn nog niet beschikbaar. De vierde generatie wordt in deel 7 besproken.

 

Arnoldus Josephus (Pannesheid 1794 – Roermond 1870) en                                                              Anna Smits (1798 – 1851)

 In deel 5 van deze blog werd aangegeven dat Arnoldus Josephus de eerste Limburgse voorouder was van de nu levende generaties. Arnoldus werd in 1794 in Pannesheide geboren als een van de vier kinderen van Martinus Dahmen en Magdalena Patras. In de afbeelding links is een doopbewijs toegevoegd. In 1821 ging Arnoldus Josephus vanuit Duitsland naar Roermond. Arnoldus heeft voornamelijk in de binnenstad gewoond. Hij werkte in eerste instantie in de textielindustrie. Deze activiteit had in deze jaren in Roermond een grote omvang. Vele honderden mensen verdienden in de textiel hun brood. Arnoldus is in 1828 in Roermond getrouwd met Anna Smits. Zij kregen 6 kinderen. Slechts een zoon kon de Limburgse tak verder voortzetten:

Josephus Gerardus Hubertus; zie II

 

II   Josephus Gerardus Hubertus (Roermond 1839 – Roermond 1886) en                                              Anna Engels (1842 – 1911)  

Josephus Gerardus Hubertus was het vijfde kind van Arnoldus en Anna Smits. Hij was dus de enige mannelijke nakomeling die de Limburgse tak in stand kon houden. Helaas ontbreekt van hem een foto. Hij werd in 1839 in Roermond geboren. Josephus werkte in eerste instantie in Bochum in een steenfabriek. Samen met zijn toekomstige echtgenote, Anna Engels, woonde hij korte tijd in deze plaats. Hoewel Anna in 1862 pas 20 jaar was, kreeg zij in Bochum haar eerste kind, Arnoldus. Mogelijk wilde men deze voorhuwelijkse zwangerschap thuis niet aan de grote klok hangen. Zij trouwden datzelfde jaar, dus in 1862, in Roermond. Zij kregen in totaal 12 kinderen: Arnoldus werd dus in Bochum geboren en alle anderen in Roermond. Ook Josephus Gerardus Hubertus woonde voornamelijk in de binnenstad. Hij heeft lange tijd, tot aan zijn dood, gewoond in het pand op Schuitenberg 5. Hier had hij in het achterhuis een bakkerij en in het voorhuis een café. Binnen de familie nam deze locatie een centrale plaats in. Familieleden ontmoetten elkaar veelvuldig op de Schuitenberg 5 (zie foto). Dit bleef voortbestaan tot ongeveer 1990. Mede vanwege het feit dat Josephus Gerardus Hubertus 12 kinderen had was de aanloop erg groot. Drie kinderen van Josephus Gerardus Hubertus kregen mannelijke nakomelingen. Dit waren:  

  1. Arnoldus, Josephus, Hubertus; zie IIIa   
  2. Jozef, Hubertus, Emmanuel; zie IIIb
  3. Frans, Emanuel, Joseph; zie IIIc

 

IIIa  Arnoldus Josephus Hubertus (Bochum 1862 – Maastricht 1932) en                                                 Geertruda Engels (1870 – 1924)

Arnoldus, Josephus, Hubertus woonde tussen 1862 en begin 1900 voornamelijk in Roermond en daarna in de Maastrichtse binnenstad. Hij is enkele jaren beroepsmilitair geweest. Vervolgens heeft hij gewerkt als marktkoopman en handelaar in manufacturen. Ook in zijn Maastrichtse periode heeft hij nog enkele malen in Roermond gewoond, waaronder op de Schuitenberg 5 en op de Cornelisstraat 3. Hij trouwde toen hij 36 jaar was met Geertruda Engels. Of er enige relatie is tussen Geertruda en haar schoonmoeder Anna Engels is nu nog niet duidelijk. Beiden waren in elk geval van Horn afkomstig. Zij kregen twee kinderen die deze lijn van de stamboom hebben voortgezet.Ook van Arnoldus is geen foto beschikbaar ; wellicht heeft iemand nog een kopie beschikbaar.       

  1. Hubertus Emanuel Jozef (1905–1965) zie IVa
  2. Martinus Maria Hubertus (1908–1970) zie IVb

 

IIIb Jozef, Hubertus, Emmanuel (1877–1939) en                                                                                        Wilhelmina de Wit (1878–1946)

Jozef heeft een tijdje in Duitsland gewoond. In 1900 kwam hij terug in Roermond. Zijn vader was inmiddels overleden. Hij trok bij zijn moeder in op de Schuitenberg en heeft hier even als bakker gewerkt. In 1901 ging hij naar Sittard en vervolgens naar Maastricht. Op de Muntstraat 8 had hij een zaak in manufacturen. In het aangrenzende pand had zijn dochter Mia een zaak in onder andere lingerie. Jozef en Wilhelmina kregen drie kinderen die mannelijke nakomelingen hebben gekregen.

 

  1. Joseph Wilhelmus Frederik Marie (1902-?) zie IVc
  2. Hubertus Joseph Marie Emmanuel (1903–1974) zie IVd
  3. Frederik Jozef Marie Wilhelmus (1905-1958) zie IVe

 

 

IIIc Frans Emanuel Joseph (Roermond 1885– Roermond 1933) en                                                          Maria Nizet (1983–1934)        

Frans was de jongste van 12 kinderen van Josephus Gerardus Hubertus en Anna Engels. Hij was nog geen jaar oud toen zijn vader stierf. Het gezin van Frans woonde voornamelijk in Roermond, met een uitstapje naar Maastricht en naar Echt. Frans had het koopmansbloed van de familie in de aderen. De handelsgeest werd nog meer aangewakkerd door zijn huwelijk met Maria. Ook zij kwam uit een familie waar de koopmansgeest een belangrijke rol speelde. Toch lukte het niet altijd om via het drijven van handel de kost te verdienen. Frans moest dan ook vaker van ambacht wisselen of bij een ‘baas’ gaan werken. Dit veroorzaakte natuurlijk veel onzekerheid. Zij kregen 7 kinderen, maar de tijd om hen groot te brengen is hun onvoldoende gegeven. Frans en Maria stierven binnen 1 jaar: respectievelijk 47 en 50 jaar oud. Drie zonen hebben de tak Dohmen vanuit Roermond voortgezet.

 

 

  1. Jozephus Franciscus Cornelus (1912–1983) zie IVf
  2. Antonius Franciscus Johannes Cornelus (1915–1980) zie IVg
  3. Henricus Franciscus Jan Cornelus (1922–1995) IVh

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *